Taal

Sprookjespoëmen 1920-1922

Tsvetajeva, Marina

Pegasus, 320 blz., gebonden, 2015, ISBN 9789061433996

Vertaald door Jos Holtzer en Lena Lubotsky. Inleiding Jos Holtzer. Deze bundel bevat de volgende werken: De Tsaar-Jonkvrouw, Op een rood paard, Steegjes en De jongen

In de Moskou-uitgave van de verzamelde werken van Marina Tsvetajeva zijn achttien voltooide en vijf onvoltooide poëmen opgenomen. De vier in deze bundel opgenomen poëmen schreef zij in de jaren 1920-1922: – De Tsaar-Jonkvrouw in de periode juli-september 1920 in Moskou. – Op een rood paard in januari 1921 in Moskou. – Steegjes in april 1922 in Moskou. – De jongen in het najaar 1922 in Praag. De vier poëmen hebben ondanks hun verscheidenheid veel gemeen. Alle vier worden ze gekenmerkt door een harde dramatiek. In alle vier gaat een symboliek schuil die nauw samenhangt met de persoonlijke ervaringen van Tsvetajeva. Dit geldt niet alleen voor haar herhaaldelijk mislukte liefdesrelaties, maar ook voor de kwellende verplichting die ze voelde om in haar ambacht als dichter boven zichzelf uit te stijgen. De vier poëmen hebben ook gemeen dat Tsvetajeva ze schreef onder extreem moeilijke omstandigheden, nl. de tijd van de Oktoberrevolutie, met de daarop volgende burgeroorlog en hongersnood. In alle vier poëmen gaat het om ‘Liefde met een hoofdletter’. Voor Tsvetajeva was lichamelijke liefde slechts belangrijk als uitvloeisel van de hoogste vorm van liefde, de liefde van de ziel.

De vertaling is in proza: gepoogd is om de betekenis van de dichtregels zo nauwkeurig mogelijk weer te geven. Op grond van het bovenstaande zal duidelijk zijn dat helaas veel van wat de Russische tekst zo rijk maakt, in vertaling verloren gaat. Dit geldt zowel voor de klank en het ritme als ook voor het folkloristisch taalgebruik met vaak een niet weer te geven dubbele betekenis van woorden. De poëtische gedachten met hun symbolische achtergrond zijn echter behouden gebleven en zorgen voor een rijke lectuur.

Op voorraad
€ 24,50